Het slikken kun je verdelen in vier fasen:

  • In de eerste fase wordt het voedsel voorbereid. Dit gebeurt in de mond. Indien nodig wordt het voedsel gekauwd tot een massa die geslikt kan worden.
  • In de tweede fase volgt een slikbeweging, waarin de tong de voedselbal naar achteren transporteert, waarna een slikbeweging wordt opgewekt.
  • Tijdens de derde fase vindt een slikbeweging in de keel plaats en de voedselbal passeert de keel.
  • De vierde fase vindt plaats in de slokdarm. Een peristaltische beweging zorgt ervoor dat de voedselbal via de slokdarm in de maag terecht komt.

In onderstaand filmpje wordt het slikproces getoond:

De mond wordt gebruikt om te spreken, maar ook om te eten en te drinken. Een goede samenwerking tussen lippen, tong, kaken, gehemelte en keel is hiervoor noodzakelijk. De mond moet bij eten en drinken voldoende geopend en gesloten kunnen worden en het gevoel in en rond de mond moet normaal zijn. Het vaste voedsel wordt door de kaken vermalen en de tong transporteert het vocht of de voedselbrok naar de keel. Het gehemelte sluit de neusweg af. De slikreflex zorgt dat de voedselbrok of het vocht in de slokdarm komt. Tegelijkertijd wordt de luchtpijp afgesloten om verslikken te voorkomen. Via de slokdarm komt het voedsel uiteindelijk in de maag.   Na hersenletsel (bijvoorbeeld CVA, ongeval, tumor), een aandoening van het zenuwstelsel (bijvoorbeeld Parkinson, ALS) of na een operatie in het hoofd- en halsgebied kunnen stoornissen in het slikproces ontstaan. Daarbij loopt bijvoorbeeld speeksel of voeding uit de mond, of het voedsel blijft in de mond plakken. Ook kan vocht of voedsel teruggegeven worden via de neus; of een voedselbrok blijft in de keel hangen en kan niet goed worden doorgeslikt.

De moeilijkheden met het eten en drinken komen doordat kinderen de spieren die nodig zijn bij het zuigen, afhappen van een lepel, bijten, kauwen en slikken niet onder controle hebben. Ze verslikken zich regelmatig en spugen veel. Soms krijgen ze daarom het eten via een sonde.

Bij sondevoeding wordt de voeding door een slangetje, meestal via de neus, in de maag gebracht. Sondevoeding wordt bij een baby of een jong kind gegeven als het moeite heeft met slikken, niet kan slikken of voedsel weigert zodat het te weinig voeding binnen krijgt of het eten risico’s met zich mee brengt. Daar kunnen verschillende oorzaken voor zijn. De baby is bijvoorbeeld te vroeg geboren en heeft nog onvoldoende kracht en uithoudingsvermogen om te zuigen en te slikken. Daarnaast is het mogelijk dat het slikmechanisme is verstoord door beschadiging van mond of keel, of de besturing van het slikken vanuit de hersenen functioneert niet goed. Dit kan het gevolg zijn van hersenletsel opgelopen voor, tijdens of na de geboorte.

Onder afwijkende mondgewoonten worden die gewoonten verstaan die negatieve gevolgen hebben voor de gebitsstand, het spreken en het gehoor. Openmondgedrag, afwijkend slikken en duimzuigen zijn afwijkende mondgewoonten. De meeste mensen ademen door hun neus, tenzij de neusdoorgang onvoldoende is. Er zijn verschillende factoren die de neusdoorgang kunnen vernauwen. Verkoudheden en allergieën zijn hier voorbeelden van. Er wordt dan tijdelijk meer door de mond geademd. Als dit mondademen blijft bestaan terwijl de neus weer doorgankelijk is, wordt de neus nauwelijks meer gebruikt en kunnen de mondspieren verslappen. Dit heeft verschillende gevolgen. Bij mondademen droogt de mond uit. Daardoor hoeft er veel minder geslikt te worden. Dit heeft tot gevolg dat de buis van Eustachius, die de neusholte met het oor verbindt, te weinig wordt gereinigd. De kans op oorontstekingen neemt hierdoor toe. Een ander gevolg van mondademen is dat de tong laag onder in de mond ligt. De tong wordt dan tussen de tanden geperst bij het slikken. Doordat de tong tijdens dit afwijkend slikken telkens tegen de tanden duwt, kunnen de tanden scheef gaan staan.

Locatie 'De Vennen'

Logopediecentrum Dongen 

Paramedisch Centrum 'De Vennen'
Deken Batenburgstraat 2
0162 - 30 19 40
06 - 11 44 87 42

Locatie 'MC Beljaart'

Logopediecentrum Dongen 

Medisch Centrum Beljaart
Kloosterpad 13 c
0162 - 311 669
06 - 11 44 87 42

Zoeken