Kinderen beginnen al direct na de geboorte met het verwerven en ontwikkelen van taal. Elk kind doet dit eniszins in zijn eigen tempo, maar normaal gesproken binnen een gemiddelde. Om taal te verwerven moet het kind allerlei regels leren begrijpen en gebruiken. Door de taal kan het kind communiceren met de omgeving. Om al deze regels te leren is het van belang dat er voldoende taalaanbod van de omgeving is.

Een indeling van de taalverwerving:

  • 0;0 - 1;0 jaar; Ontwikkeling van de voorwaarden voor een goede taalontwikkeling.
  • 1;0 - 2,6 jaar; Ontwikkeling van brabbelen naar woordjes en zinnetjes.
  • 2;6 - 5;0 jaar; Ontwikkeling van de taal. Uitbreiding van de woordenschat. Verbeterde uitspraak. Uitbreidng zinnen.
  • 5;0 - 9 jaar; Fase van voltooïng. Goede uitspraak. Volledige zinnen. Op weg naar de taal van volwassenen.

Men spreekt van een vertraagde spraak- en taalontwikkeling wanneer een jong kind in zijn spraak en taal duidelijk achterblijft bij leeftijdgenootjes. Het kind spreekt (nog) niet of opvallend minder; het spreekt in onvolledige, kromme zinnen; het spreken is minder goed verstaanbaar en soms begrijpt het kind niet goed wat er gezegd wordt. Een vertraagde spraak- en taalontwikkeling kan samenhangen met andere stoornissen zoals slechthorendheid of een algehele achterstand. Maar het komt ook voor dat het kind slecht spreekt zonder dat er een duidelijke oorzaak voor gevonden wordt.

Dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en/of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau.
(Bron: Stichting Dyslexie Nederland 2008)

Men spreekt van twee- of meertaligheid wanneer kinderen tijdens hun ontwikkeling in aanraking komen met meer dan één taal. Het gaat hierbij om kinderen van ouders met verschillende moedertalen, die vanaf de geboorte tweetalig worden opgevoed. Daarnaast gaat het om kinderen van anderstalige ouders die thuis hun moedertaal leren en in kindercentra of op school het Nederlands als tweede taal. Meertalige kinderen kunnen een spraak- en taalachterstand hebben in het Nederlands. Wanneer er een stoornis of achterstand is in de eerste taal, zal ook de tweede taalontwikkeling verstoord verlopen.

Logopedisten zijn vaak al in een vroeg stadium betrokken bij kinderen met dyslexie. Die zijn soms nog niet in het leesproces vastgelopen, maar vertonen al wel risicofactoren. Een vroege en adequate begeleiding (onder andere met klanken en letters werken) kan dyslexie weliswaar niet voorkomen, maar verkleint wel de uitingsvorm ervan. De behandeling door een (gespecialiseerde ) logopedist levert zo een grote bijdrage aan het voorkomen van leesproblemen en het verminderen van de gevolgen. Behalve logopedisten zijn er andere beroepsgroepen betrokken bij de diagnose en behandeling van dyslexie; orthopedagogen, psychologen en remedial teachers.

Logopedisten onderscheiden zich omdat zij de deskundigheid hebben van diagnostiek, indicatiestelling en therapie van spraak- en taalstoornissen. Logopedie omvat specifieke kennis over fonologie en oproepsnelheid die nauw samenhangt met diagnostiek en begeleiding.

De risicogebieden voor het leren lezen en/of spellen zijn het werkterrein van de logopedist. Met name zijn/haar rol bij de vroegtijdige opsporing van risiciokinderen is groot. Ook bij het aanvankelijke en voortgezet lezen is een ondersteundende rol weggelegd voor de logopedist.

Het einddoel van technisch lezen is lezen met begrip. Ook bij het begrijpend lezen wordt het specifieke werkterrein van de logopedist aangesproken; de taalontwikkeling en de woordenschat.

Veel kinderen met ernstige spraak-/taalmoeilijkheden ontwikkelen op latere leeftijd dyslexie. In de wetenschappelijke literatuur worden percentages van wel 40-50 % genoemd,waarbij de combinatie van taalproblemen en dyslexie vaker bij jongens dan bij meisjes voorkomt.

Er zijn vier soorten taalproblemen die ten grondslag kunnen liggen aan het moeilijk leren lezen, spellen en rekenen:

  • Auditeve verwerkingsproblemen
  • Spraakproblemen
  • Grammaticale problemen
  • Problemen met de betekenisverlening

Afasie is een taalstoornis die onstaat als gevolg van een hersenletsel in de linker hersenhelft. Als je het woord afasie letterlijk vertaalt betekent dit "geen spraak". Soms is dit ook het geval, maar men gebruikt het woord afasie in bredere zin. Spreken is een gecompliceerd proces, waarbij meerdere hersenfuncties betrokken zijn. Hersenletsel of beschadiging kan optreden ten gevolge van een herseninfarct of beroerte, maar ook na een ongeval. Ook kinderen kunnen door hersenletsel een afasie oplopen.

Bij een afasie kan men moeite hebben met het benoemen van voorwerpen, maar ook met het spreken in zinnen. Ook het taalbegrip kan verstoord raken. Dit veroorzaakt problemen in de communicatie.

Dementie wordt veroorzaakt door een stoornis in de hersenen. De oorzaak is in de meeste gevallen de ziekte van Alzheimer. Kenmerkend voor dementie is de geheugenstoornis. Daarnaast treden er andere stoornissen op, afhankelijk van de oorzaak van de dementie. Taal- en/of spraakstoornissen kunnen bij alle vormen van dementie voorkomen.

Locatie 'De Vennen'

Logopediecentrum Dongen 

Paramedisch Centrum 'De Vennen'
Deken Batenburgstraat 2
0162 - 30 19 40
06 - 11 44 87 42

Locatie 'MC Beljaart'

Logopediecentrum Dongen 

Medisch Centrum Beljaart
Kloosterpad 13 c
0162 - 311 669
06 - 11 44 87 42

Zoeken