Kinderen beginnen al direct na de geboorte met het verwerven en ontwikkelen van taal. Elk kind doet dit eniszins in zijn eigen tempo, maar normaal gesproken binnen een gemiddelde. Om taal te verwerven moet het kind allerlei regels leren begrijpen en gebruiken. Door de taal kan het kind communiceren met de omgeving. Om al deze regels te leren is het van belang dat er voldoende taalaanbod van de omgeving is.

Een indeling van de taalverwerving:

  • 0;0 - 1;0 jaar; Ontwikkeling van de voorwaarden voor een goede taalontwikkeling.
  • 1;0 - 2,6 jaar; Ontwikkeling van brabbelen naar woordjes en zinnetjes.
  • 2;6 - 5;0 jaar; Ontwikkeling van de taal. Uitbreiding van de woordenschat. Verbeterde uitspraak. Uitbreidng zinnen.
  • 5;0 - 9 jaar; Fase van voltooïng. Goede uitspraak. Volledige zinnen. Op weg naar de taal van volwassenen.

 

0;0 -1;0 jaar

Het lachen, huilen, kijken, luisteren en bewegingen van de mond staan aan het begin van de taalontwikkeling. Al snel reageert een baby op de spraak van de ouders door zelf bewegingen te maken met de lippen, tong en kaak. Zodra de baby kan zien ontstaat er communicatie via oogcontact.(mimiek, gebaren). Al na twee maanden produceert de baby klinkers (a a , uh uh) en al snel ook medeklinkers (bu, whe). Het kind oefent dan al de spieren die nodig zijn voor spreken. Ook het zuigen maakt de spieren sterk. Als het kind een half jaar oud is reageren ouder en kind op elkaar. Beurtelings worden er geluiden gemaakt. Het kind luister al echt naar de klanken die de ouder voordoet en probeert deze na te bootsen. Langzamerhand ontstaat dan het brabbelen. (bababa, dadada, mamama).Als het kind een jaar oud is hoor je steeds meer afwisseling in de melodie en intonatie(hard, zacht, hoog, laag, tempowisseling). Het kind begrijpt steeds meer van de gesproken taal en reageert hierop met ernaar kijken en gebaren.

 

1;0 - 2;6 jaar

Het kind gaat langzamerhand steeds meer betekenisvolle woordjes gebruiken en daar korte zinnetjes mee maken. Er worden steeds meer woorden begrepen, maar ook actief gebruikt. Rond de 14 maanden kan een gemiddeld kind minimaal 100 woorden begrijpen. Woorden die het kind kent komen in de dagelijkse omgeving voor. Het gaat daarbij om namen van personen, dieren en voorwerpen. (mama, papa, beer, pop, auto)  Het kind gebruikt de woordjes eerst los en maakt na enige tijd zinnen van twee woorden (poes eten, pop slapen). De zinnentjes breiden zich binnen enkele maanden uit tot zo'n vier woorden.  Grammaticaal gezien zijn de zinnetjes nog niet correct.

 

2;6 - 5;0 jaar

De taal ontwikkelt zich in een snel tempo. Het kind krijgt steeds meer gevoel voor taal. Alle spraakklanken kunnen worden gemaakt. Soms spreken ze de klanken nog niet goed uit of laten nog letters weg. (bijv. spelen = pelen). In meerlettergrepige woorden worden nog lettergrepen weggelaten (banaan = naan, gestopt = stopt).

De woordenschat breidt zich flink uit.  Niet altijd is de woordenschat groot genoeg voor kinderen om te vertellen wat ze bedoelen, waardoor ze vaak zelf woorden gaan vormen.

De zinnen worden steeds beter opgebouwd, de woordvolgorde verbetert. Ook worden zinnen langer en maken kinderen samengestelde zinnen. Bijvoorbeeld door gebruik van voegwoorden als 'en', 'dan', 'en toen' en 'daarom'.

In deze periode moeten kinderen veel verwerken op het gebied van de taal. Soms gaat dit gepaard met een periode van niet vloeiend spreken; het aanhouden van de beginletter van een woord (mmmmmama), het herhalen van de eerste lettergreep van een woord (da, da, da, dan) of het herhalen van een woordgroep (toen ging, toen ging...). Het niet vloeiend spreken is over het algemeen normaal en neemt af naarmate het kind vaardiger wordt in het taalgebruik. Bij enkele kinderen ontwikkelt het niet-vloeiend spreken tot stotteren.

 

5;0 - 9 jaar

Het verwerven van taal blijft doorgaan. Het kind kan alle letters uitspreken. Sommige combinaties van medeklinkers zijn nog moeilijk. Denk hierbij aan woordjes als gesp (geps). De zinnen die het kind maakt worden steeds langer en complexer. Ook de woordenschat blijft zich steeds verder uitbreiden. Kinderen van 5-6 jaar begrijpen zo'n 6000 - 8000 woorden en gebruiken er hiervan zelf zo'n 3000-4000. De taal/spraak van het kind gaat steeds meer lijken op die van een volwassene. Het vervoegen van de werkwoorden is voor een vijfjarige nog lastig: ik loopte (ik liep), hij valde (hij viel). Dit geldt ook voor meervoudsvorming : schippen (schepen), glazzen (glazen). Ook zinnen die worden samengevoegd door woordjes als 'want', 'maar', 'omdat',  lopen grammaticaal gezien nog niet altijd juist. Door veel oefenen worden de zinnen steeds vloeiender.

Vanaf het vijfde jaar kent het kind alle klanken die voorkomen in de taal. Dit vormt de basis voor het leren lezen en schrijven. Het kind moet daarvoor de klanken aan letters kunnen koppelen. 

Locatie 'De Vennen'

Logopediecentrum Dongen 

Paramedisch Centrum 'De Vennen'
Deken Batenburgstraat 2
0162 - 30 19 40
06 - 11 44 87 42

Locatie 'MC Beljaart'

Logopediecentrum Dongen 

Medisch Centrum Beljaart
Kloosterpad 13 c
0162 - 311 669
06 - 11 44 87 42

Zoeken